Zeeland ontpopt

‘t KlinKET heeft zaterdag 30 mei jl. de workshop ‘Zeeland ontpopt’ gegeven tijdens het symposium ‘Vlinders in het veld’ van het Bert Hellinger Instituut. We voelen ons gedragen door de mensen die erbij waren tijdens de try-out in Zeeland zelf op 10 april, velen van hen hebben ons succes gewenst en laten weten dat zij er in gedachten bij zijn. De bedding is er….

We hebben Zeeland meegenomen. In woorden, beelden, een lied. We beginnen met een gedicht van Johanna Kruit (1940).

FBsucces1juni

 In de zaal zitten mensen uit verschillende provincies, een enkeling komt uit Zeeland, het merendeel heeft geen Zeeuwse wortels. Sommigen zijn zelfs nog nooit in Zeeland geweest.

We starten met een methode die Franz Ruppert heeft ontwikkeld: het opstellen van elk woord uit een zin of vraag. Onze vraag is: ‘Hoe kan Zeeland ontpoppen?’ Elk woord uit deze zin en het vraagteken worden opgesteld. De vijf representanten wordt gevraagd hun plek in de ruimte in te nemen.

“Ik kan mijn plek nog niet vinden”, zegt de representant voor Zeeland al in het begin van de opstelling. Ook het Vraagteken gaat vanaf een afstand staan kijken: “Ik geloof niet dat dit over mij gaat.” De representant voor Ontpoppen is nieuwsgierig maar heeft nog niet zo’n connectie met iets of iemand in het veld. De representanten voor Hoe en Kan zijn vooralsnog neutraal.

Een deelnemer aan de kant vraagt: “Wiens vraag is dit eigenlijk?” In elk geval de onze, de vraag die we als Zeelanders (ofwel import-Zeeuwen) hebben nu we al een tijd in deze provincie wonen en werken. We hebben het gevoel dat er meer potentie in Zeeland zit dan zich nu toont. Daarom willen we onderzoeken wat een systemische kijk op dit vraagstuk aan het licht brengt.

We vragen deelnemers die ervaren dat ze ook deel uitmaken van de opstelling instappen en een plek zoeken in het veld. Zo komen onder andere Boosheid, Schaamte, Kerk, Voorgeslacht en Dood in het veld. De bewegingen zijn talrijk en het is druk in het midden. Het lijkt alsof er twee parallelle opstellingen ontstaan, één die gaat over het terugkijken, het verleden en één die meer gericht is op vooruitkijken, het nu en de toekomst.

De representant voor Boosheid loopt continu heen en weer, al zoekend hoe ze zich verhoudt tot de andere elementen. Representant Hoe heeft op zeker moment een hele sterke neiging met representant Ontpoppen verbinding te zoeken en gaat die beweging ook daadwerkelijk aan. Representant Kan komt ook in beweging en voegt zich bij de representanten Voorgeslacht, Dood, Schaamte en Zeeland, die vrij dicht bij elkaar staan.

Het Vraagteken zegt steeds: “Mag ik wat vragen?” Ze vraagt waar de Zeeuwen zijn, het Water, het Land en of er ook zoiets als Zeeuwse trots bestaat. Het wordt nog drukker in het midden en er ontstaat een patroon van hard werken, in elk geval bij de begeleider(s).

Ze brengen onder andere elementen als Water (in plaats van Zee), DNA, Welvaart en Ziel (van Zeeland) in.

Een mooi moment is als de Kerk aan Ontpoppen uitlegt wat er allemaal te zien is. En Vraagteken aangeeft, dat ze zich eerder een Uitroepteken voelt, dan Vraagteken. Plotseling vraagt de Kerk aan de begeleider: “Wie ben jij eigenlijk?’ Geen genoegen nemend met het antwoord ‘begeleider’ en doorvraagt tot het woord ‘Zeelander’ uitgesproken wordt. De begeleider is nu de representant van de Zeelanders en is zeer aanwezig, doordat hij op een stoel is gaan staan. Even later gaat hij op gepaste afstand staan en voelt nederigheid opkomen. Wanneer hij dit uitspreekt wordt de Kerk milder: “Nu je dit zegt mag je wel wat dichterbij komen.”

We ronden de opstelling af in de wetenschap dat het niet klaar is. We vragen feedback aan de groep. De feedback die we ontvangen gaat in essentie over onze intenties. Het werken met de vraag ‘Hoe kan Zeeland ontpoppen?’ vanuit een houding dat we graag onderliggende dynamieken zichtbaar maken is zuiver. Als er iets insluipt van ‘willen veranderen’ nemen we een plek in die niet van ons is.

Alles is er al. Zeeland is precies goed zoals het is.

We zijn dankbaar voor de alle oprechte feedback en sluiten af met ‘Eilanden’ van Bløf: ‘Kom bij me langs, laat me niet wachten tot morgen of ooit, een andere keer…’

 

‘t KlinKET is de Zeeuwse vrijplaats voor opstellingenwerk, gevormd door Sonja Nossent, Frank Wolff en Susan van der Beek. Onze naam verwijst naar het kleine deurtje in de grote Zeeuwse staldeuren, waar mensen in en uit kunnen zonder de grote deuren open te hoeven doen. De witte rand om het deurtje is zichtbaar in het donker en houdt spoken buiten.

 

 

 

 

Categorieën: opstellingenwerk en T KlinKET

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *